Nog steeds (stadsgedicht #1)

Weet je nog? Toen we met vereende krachten muren bouwden
en onze handen openhaalden aan de tijd
En toen we, nog geen uur later, voor onze beurt spraken
en zo onze geboortejaren verloren aan het vuur

Was je erbij? De dag dat we in water verzonken, adrenaline dronken
en zeiden: ‘Ze kunnen op ons rekenen, koste wat het kost’
En het moment dat we onze angst ontwapenden
en onze strijdbijl begroeven in een glazen kast, op een donzig bed
waarop een eeuwigheid passend in vijf volle regels werd uitgelegd

Weet je nog? Toen vrijheid een verdienste was en geen gegeven
toen we weerstand, woede, woorden gaven en ruimte kregen
Toen we zeiden: ‘Over grenzen valt niet te twisten!’ en het toch deden

Was je erbij? Of was je misschien niet bij de les?
Zat je ook uit het raam te kijken en te dromen dat je, op de één maar het liefst
nog op de andere manier, aan het cement van de tijd kon ontkomen?

Wij dromen nog steeds
met een afwezige blik, koren op iedere molen die ons ooit heeft gevoed
Echo van iedere stem die als een windhond langs de Oude Rijn heeft gesuisd
en nu op één en dezelfde bodem de nieuwe dag kruist, stopt, wacht, vertrekt, blijft
eeuwig gedreven door vrijheid

Woerden, 5 mei