Het mooiste moet nog komen (stadsgedicht #6)

Lot en toeval krabben zich
achter de wolken met wolkenkrabbers
Zijn zijn onze beste vrienden
maar van dit alles begrijpen ze niets
Wij sluiten onze harten
(alleen wij kunnen ons raken)
en houden onze oren gespitst

De tijd zucht door
Secondes dichter
bij het geluid van tegenpolen
Wij slikken bedaard onze ideeën in
wetend; het mooiste moet nog komen

Achteruitlopend op woorden
vooruitlopend op daden
barricaderen wij onze deuren
met HB potloden
bedekken onze drempels met inkt
Precies daar waar we over woorden vallen
happen in grafiet
We tekenen pamfletten vol pek en veren
in de hoop dat ze beklijven
en hangen een bord op:
Ook al wordt er gemarcheerd
in de straten van onze verbeelding
De spot gedreven met onze dromen
Wij weten wat nu nog onwetend is;
het mooiste moet nog komen

Wij bekleden onze wanden
met ieder boek waar wij onze handen
op kunnen leggen
Creëren druppels substantie
waardevoller dan goud
zonder de toekomst weg te beleggen

En als de tijd overloopt, ons vergeet
en er een plaatje is getekend
dat van glans en betekenis is verweesd
En in de schaduw van wolkenkrabbers
vierkante ogen in zinloosheid wentelen
als gespitste batterijkippen
zonder te weten wat er mist
Dan zijn wij er
nog steeds op het bed van onze schatten
dromerig turend naar notenbalken
Vergis je niet, wij rusten niet
Bij niets zullen wij ons neerleggen

Nee, wij bouwen voort
bij hoog en laag
met elitaire en platvloerse wapens
Altijd en eeuwig in de linkerhand
Want in de rechter houden wij
de wijste der wijste lessen vast
Als jij het langst op je uitgesproken
gefronste drempel blijft staan
ben je altijd diegene die het laatst lacht

Wij lachen het laatst
Want waar wij binnendruppelen
kan niets drijven, komen
Geloof me; het mooiste moet nog komen

Woerden,  10 november 2010 (i.h.k.v.  de discussie over bezuinigingen in de culturele sector tijdens het Cultuurcafe van november)